We denken duurzaam te shoppen door tweedehands te kopen, maar klopt dat wel? Dit zegt een expert
In dit artikel:
Anna Roos van Wijngaarden, modejournalist gespecialiseerd in duurzaamheid (o.a. voor Trouw en bezig met het boek Mode & Macht, 2027), legt uit waarom goedbedoelde keuzes rond kleding vaak minder duurzaam uitpakken dan gedacht en wat je wél concreet kunt doen.
Kernprobleem: de intention–behavior gap — we willen bewuster shoppen, maar ons koopgedrag past daar niet altijd bij. Roos benadrukt dat vraaggedrag de industrie stuurt: als consumenten goedkoper, sneller en meer willen, levert de markt dat ook. Minder kopen (consuminderen) is daarom een eerste voorwaarde voor impact.
Tweedehands shoppen is een stap in de goede richting, maar niet automatisch duurzaam. Massale goedkope tweedehandsjes (bijv. Shein-items op Vinted) stimuleren vooral goedkoop consumeren opnieuw. Roos raadt aan te investeren in zorgvuldig geselecteerde tweedehandskleding — curated boutiques of bijzondere vondsten met echte waarde — in plaats van eindeloos goedkope ruilwaar. Kleding mag weer iets waard zijn.
Ook duurdere of designerstukken zijn geen garantie voor duurzaamheid: veel merken produceren tegenwoordig in dezelfde fabrieken en kwaliteit is in de breedte afgenomen. En materiaalinnovaties (appelvezels, amandelvezels e.d.) klinken aantrekkelijk, maar vaak betreft het slechts een klein deel van een collectie en kan het meer dienen als greenwashing van fast fashion-merken. Roos adviseert eenvoud: kies liever voor tijdloze stukken van eenvoudige, mono-materialen die makkelijker te recyclen zijn — bij voorkeur 100% katoen, linnen of wol — en koop minder maar betere items.
Over kledinginzameling: wees kritisch bij drop-off acties van grote merken. Die initiatieven beloven recycling, maar leveren vaak vooral commerciële stimulans (vouchers) en onduidelijke verwerking. Roos raadt eerst aan de levensduur van een kledingstuk te verlengen door ruilen, weggeven aan vrienden, of in te leveren bij kleine tweedehandszaken die je vertrouwt. Gebruik pas de reguliere Nederlandse kledingbakken wanneer kleding echt versleten is; volgens haar zijn die inzamelsystemen betrouwbaarder dan veel merkacties.
Kortom: minder kopen, investeren in kwaliteit en waardevolle tweedehands vondsten, kiezen voor eenvoudige natuurlijke materialen en kritisch omgaan met inzamelacties zijn de concrete stappen waarmee consumenten daadwerkelijk de mode-industrie duurzamer kunnen beïnvloeden.