Wat kunnen we doen tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag in de sportwereld?

zaterdag, 22 augustus 2026 (20:05) - Cosmopolitan NL

In dit artikel:

Seksueel grensoverschrijdend gedrag komt niet alleen voor in de topsport, maar ook in gewone sportscholen, CrossFit-scholen en andere sportclubs. Het kan gaan om ongewenste opmerkingen, staren en seksuele gebaren, maar ook om intimidatie, stalking en lichamelijk misbruik. Volgens onderzoek van Centrum Veilige Sport Nederland (CVSN) en NOC*NSF heeft 15,5 procent van de Nederlanders die als kind georganiseerde sport beoefenden hiermee te maken gehad. In een kwart van de gevallen was een mannelijke coach, trainer of begeleider de dader.

Bonnie (33), die als jonge zwemster Nederlands kampioen werd, werd twee jaar lang misbruikt en gestalkt door haar trainer. Ze zweeg omdat ze bang was haar sportcarrière in gevaar te brengen. Haar mentor hielp haar later aangifte te doen. De juridische procedure duurde vijf jaar en had een grote invloed op haar herstel; de trainer kreeg uiteindelijk een taakstraf en strafblad.

Ook in sportscholen ervaren sporters grensoverschrijdend gedrag. Roxanne (25) krijgt tijdens het trainen regelmatig verzoeken om haar nummer of sociale media, seksuele opmerkingen en ongewenste blikken. Hoewel ze daar last van heeft, vond ze het aanvankelijk moeilijk om dit intimidatie te noemen. De voorbeelden laten zien dat seksuele intimidatie niet altijd gepaard gaat met aanraking of geweld. Ook gedrag met een seksuele lading dat iemand een bedreigende, vernederende of onveilige ervaring bezorgt, kan eronder vallen.

Sarah (28) maakte bij een CrossFit-school mee dat de trainer en eigenaar haar herhaaldelijk onnodig aanraakte op onder meer haar billen, bovenbenen en borst. Ze stapte na drie maanden over naar een andere sportschool en deed melding bij de politie. Vier jaar later sprak ze de trainer met begeleiding aan op zijn gedrag. Volgens NOC*NSF zijn aanrakingen alleen functioneel als ze technisch noodzakelijk zijn, niet onnodig worden herhaald of verlengd en passen binnen de sportcontext. Anders kunnen ze als seksuele intimidatie gelden.

CVSN-manager Serge Westercappel benadrukt dat een ongemakkelijk gevoel al voldoende reden is om het gedrag bespreekbaar te maken. In een commerciële sportomgeving kunnen slachtoffers bij de eigenaar of clubleiding terecht; bij een aangesloten sportvereniging biedt CVSN advies en ondersteuning. Slachtoffers kunnen, als dat veilig voelt, de persoon aanspreken, maar ook onafhankelijk advies vragen over een melding, tuchtprocedure of strafrechtelijke aangifte. Schaamte, angst om niet geloofd te worden en vrees voor represailles zorgen er vaak voor dat mensen zwijgen.

De betrokkenen pleiten daarnaast voor meer aandacht van omstanders en duidelijkere omgangsregels in sportscholen en clubs. Wie vermoedt dat iemand ongepast wordt benaderd, kan vragen hoe het gaat. Volgens Westercappel is het belangrijk het eigen onderbuikgevoel serieus te nemen en met een betrouwbare of onafhankelijke instantie te praten, zodat ongewenst gedrag niet wordt genormaliseerd en het sportklimaat veiliger wordt.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Frans Duijts opent De Oranjezomer met de klassieker 'Jij denkt maar dat je alles mag van mij'