Tweede Kamerverkiezingen 2025: dit denken de partijen over duurzaamheid
In dit artikel:
Op 29 oktober 2025 stemmen Nederlanders voor de Tweede Kamer. In aanloop naar die verkiezingen geeft dit overzicht de klimaatstandpunten van de partijen die in de peilingen voorkomen (PVV, CDA, GL-PvdA, D66, VVD, JA21, PvdD, BBB, SP, DENK, FvD, Volt, SGP, ChristenUnie, 50PLUS en NSC).
Kernlijnen per partij
- PVV: wil de energietransitie stoppen, wind- en zonneparken afbouwen, kolen- en gascentrales behouden en juist extra kernenergie bouwen. De partij pleit voor terugtrekking uit het VN-Klimaatakkoord en het opheffen van klimaatwetten en -fondsen; klimaatactivisme moet strafrechtelijk harder worden aangepakt.
- CDA: wil Nederland laten aansluiten bij Europese klimaatdoelen, maar schrappen van de nationale CO₂-heffing om industrie te behouden. Streeft naar een mix van duurzame energie, kernenergie, energiebesparing en CO₂-opslag en zet in op groene industriepolitiek en lokale bouwmaterialen.
- GL-PvdA: ziet klimaat als crisis die snel moet worden aangepakt; wil fossiele subsidies afbouwen, grootvervuilers laten betalen en versnelling van verduurzaming en groene energie.
- D66: pleit voor veel investering in wind en zon, schone betaalbare stroom en minder fossiele subsidies. Kernenergie is een optie; duurzaamheid wordt als norm voorgesteld.
- VVD: wil economische groei en minder nationale regelgeving die strenger is dan EU-normen (zoals de CO₂-heffing). De partij wil klimaatbeleid verbinden met groei en voorkomen dat industrie vertrekt.
- JA21: ondersteunt duurzaamheid alleen wanneer het rendeert; voorstander van kernenergie maar tegen grootschalige wind- en zonneparken die landschap aantasten.
- PvdD: sterk pro-duurzaamheid en lokaal energierenovatiebeleid, met nadruk op eerlijke productie van zonnepanelen/windmolens, educatie en dierenwelzijn.
- BBB: kritisch op EU-Green Deal en pleit voor minder regels en ruimte voor innovatie, met speciale aandacht voor boeren en praktische woningverduurzaming zonder hoge lasten.
- SP: wil een “sociale klimaataanpak” met publieke regie over energie, betaalbare duurzame energie voor iedereen, grootschalige sociale woningbouw en financiering door vervuilers en vermogenden.
- DENK: legt nadruk op gelijke en rechtvaardige klimaatmaatregelen, waarbij duurzaamheid geen ongelijkheid mag vergroten en mensenrechten meespelen.
- FvD: tegen huidig klimaat- en stikstofbeleid; wil gaswinning hervatten, lagere energiebelastingen, meer kernenergie en beperken van wind/zon waar natuur bedreigd is. Verplichte duurzaamheidsregels voor bouwen moeten weg.
- Volt: streeft naar klimaatneutraliteit in 2040 met mix van zon, wind, groene waterstof en kernenergie; fossiele subsidies stoppen en vervuilers laten meebetalen; inzet op circulaire economie.
- SGP en ChristenUnie: benadrukken rentmeesterschap en zorg voor schepping. Beide willen afbouw van milieubelastende brandstoffen en stimuleren van duurzame energie, met aandacht voor versterking van het net en het principe “de vervuiler betaalt”. SGP vermijdt harde CO₂-doelstellingen.
- 50PLUS: wil betaalbare duurzaamheid, geleidelijke gasafkoppeling en alleen warmtepompen waar woningen daarvoor geschikt zijn; aandacht voor continuïteit en sociale betaalbaarheid.
- NSC: geen concrete standpunten over klimaat in het programma.
Samenvattend beeld
Partijen verschillen sterk in aanpak en ambitie: van volledige afbouw van transitie-instrumenten (PVV, FvD) via behoudende, industriegerichte voorstellen (CDA, VVD, BBB, JA21) tot snelle, omvangrijke transitie-ambities (GL-PvdA, D66, Volt, PvdD). Sociaaleconomische vragen – wie betaalt en hoe ingrijpend maatregelen mogen zijn voor burgers en bedrijven – vormen een terugkerend knelpunt. Religieuze partijen leggen vooral de nadruk op rentmeesterschap en zorg voor toekomstige generaties, terwijl SP en DENK extra nadruk leggen op sociale rechtvaardigheid in de klimaatfinanciering.