Deze knop in de auto wordt door de meeste mensen verkeerd gebruikt - en daardoor is het schadelijk voor het klimaat, de gezondheid en zelfs het brandstofverbruik.
In dit artikel:
Het kleine symbooltje met een auto en een gebogen pijl schakelt tussen twee ventilatiemodi: buitenlucht aanzuigen of de binnencabine recirculeren. Bestuurders gebruiken die knop vaak intuïtief, maar het juiste gebruik beïnvloedt comfort, brandstofverbruik, slijtage van de airco en de luchtkwaliteit in de auto — en daarmee ook je gezondheid.
Wanneer het warm is (bijv. rond 35 °C) versnelt recirculatie het koelen: het systeem recirculeert al gekoelde binnenlucht, waardoor het interieur tot circa 30% sneller afkoelt, de compressor minder hard hoeft te werken en het brandstofverbruik daalt. Praktische tip: laat eerst kort de ramen open (1–2 minuten) om hete lucht te laten ontsnappen voordat je recirculatie inschakelt; dat is sneller en efficiënter.
In koude maanden is recirculatie juist ongunstig: de lucht wordt vochtig, ramen beslaan eerder en het CO2-niveau stijgt, wat kan leiden tot vermoeidheid en concentratieverlies — vooral met meerdere inzittenden. Daarom is het aan te raden recirculatie uit te schakelen in de winter en regelmatig verse buitenlucht toe te laten; moderne verwarmingssystemen houden je toch warm.
Op plaatsen met veel uitlaatgassen — files, tunnels of tussen vrachtwagens — beschermt recirculatie tegen het binnendringen van vervuiling (NOx, CO, PM2.5 en dieselgeur). Onderzoek toont aan dat recirculatie in stedelijk verkeer de hoeveelheid schadelijke deeltjes in de cabine met ruim 20% kan verminderen, wat relevant is voor astmapatiënten, kinderen en gevoelige reizigers.
Extra aandachtspunt: moderne auto's kunnen automatische recirculatie en fijnstoffilters (incl. actief kool) hebben; combineer die functies verstandig. Gebruik recirculatie dus doelgericht: ideaal bij extreme hitte en vervuilde buitenlucht, maar niet continu gebruiken om condensatie en CO2-opbouw te voorkomen.