Deze eigenschappen worden van de vader geërfd en komen pas tot uiting als het kind volwassen wordt.
In dit artikel:
Bij veel mensen wordt de gelijkenis met hun vader pas zichtbaar in de late tienerjaren of vroege volwassenheid. Terwijl het kindergezicht zacht en veranderlijk is — botten en verhoudingen zijn nog in ontwikkeling — komen in de periode na de groei permanente kenmerken naar voren: een scherpere kaaklijn, een langer gezicht en andere definitieve contouren. Daardoor kan iemand die als kind nauwelijks op zijn vader leek, als volwassene opeens duidelijke vaderlijke trekken hebben.
Sommige delen van het gezicht rijpen later dan andere en geven vaak het duidelijkste signaal van verwantschap. De neus bijvoorbeeld ontwikkelt zich langer door dan veel andere gelaatstrekken; zijn uiteindelijke vorm, breedte en lengte worden vaak pas na de puberteit echt zichtbaar en zijn daarom een van de eerste kenmerken waarmee mensen een overeenkomst met de vader opmerken. Ook het onderste gezicht — kin, kaak en jukbeenderen — stabiliseert zich later en speelt een grote rol in de herkenning.
Niet alleen het gezicht verandert; lengte, schouderbreedte en algemene lichaamsbouw zetten zich vaak tot in het begin van de twintigste levensjaren door. De houding, botstructuur en spierverdeling kunnen daardoor geleidelijk meer op die van de vader gaan lijken. Haarlijnen en haardichtheid zijn eveneens onvoorspelbaar tijdens jeugdjaren, maar volgen vaak het patroon van de vader wanneer ze zich later ontplooien.
Daarnaast verschijnen subtielere overeenkomsten: typische blik, rimpels bij lachen, vaste gezichtsuitdrukkingen en zelfs lichaamsbewegingen en houding. Deze kleine gedrags- en expressiepatronen kunnen voor omstanders minstens zo herkenbaar zijn als fysieke kenmerken.
De verklaring ligt grotendeels in erfelijkheid die pas zichtbaar wordt zodra groei, hormonale veranderingen en botrijping zijn afgerond. Genetische aanleg ligt vaak latent vanaf de geboorte en komt pas tot uiting wanneer kinderlijkheden wegvallen. Belangrijke aanvulling: hoewel genen de blauwdruk vormen, beïnvloeden voeding, gezondheid en omgeving ook hoe die kenmerken uiteindelijk zichtbaar worden. Kortom: de plotselinge ‘vaderlijkheid’ die volwassenen soms ervaren, is meestal het resultaat van een langzame ontplooiing van erfelijke eigenschappen naarmate het lichaam volwassen wordt.