Column: 2035 - hoe zal mijn leven eruitzien zonder werk?

dinsdag, 6 januari 2026 (21:40) - Citymagazine NL

In dit artikel:

In 2035 beschrijft redacteur Jan Macarol hoe het dagelijkse leven en de journalistiek ingrijpend veranderd zijn door kunstmatige intelligentie. Sinds 2026, het kanteljaar waarin AI algemeen werd geaccepteerd als hulpmiddel en bijna onderdeel van het gezin, voeren algoritmes nagenoeg alle routinetaken uit. Macarol woont in Ljubljana en illustreert zijn nieuwe bestaan aan de hand van een typische dag: hij wordt wakker gemaakt door zijn digitale butler Albert, doucht pas na een korte work-out aanbevolen door een holografische trainer en krijgt een door een keukenrobot genaamd Berto bereide, door gezondheidsalgoritmes geadviseerde maaltijd.

Als hoofdredacteur van City Magazine heeft zijn functie fundamenteel van aard veranderd. Waar hij vroeger opdrachten schreef en deadlines haalde, is hij nu vooral curator en eindverantwoordelijke die AI-gegenereerde stukken controleert en nuance toevoegt. Grote delen van nieuwsselectie, vertaling en toonzetting worden automatisch uitgevoerd door systemen als CityMagazineGPT (Macarol noemt verschillende versies). Journalisten zijn vaker editoren van bestaande AI-teksten: ze wijzigen hier en daar een woord om de menselijke hand te markeren en om inhoud passend te maken voor specifieke lezers. Veel producties die voorheen als prestigieuze scoops golden, ontstaan nu in milliseconden door machines en worden soms beter en sneller geschreven dan mensen ooit konden.

De maatschappij rondom hem heeft zich ook aangepast: een universeel basisinkomen (UBI) zorgt voor materiële rust, terwijl robots en algoritmes de economie draaiende houden. Mensen die niet meer in traditionele banen werken noemt Macarol ‘zinzoekers’: zij zoeken naar uitdaging, creativiteit en betekenis in spel, sport of filosofische debatten. Waar vroeger werk druk en nut bood, moeten mensen nu zelf problemen verzinnen om vooruitgang te ervaren — van gevaarloos extreem sporten tot deelname aan virtuele intellectuele evenementen.

Macarol beschrijft ook sociale interacties en nostalgie-uitstapjes: hij zoekt menselijke contact bij Retro Coffee “Pri Človeku”, een duur maar authentiek café in Ljubljana waar nog echte barista’s werken. Een rit in zijn zelfrijdende SUV — genegen “Oude kreupele” genoemd — illustreert de spanning tussen automatisering en menselijk verlangen naar controle: hij activeert stiekem een handmatige rijmodus voor kortstondige vrijheid, een daad die zowel illegaal als bevrijdend voelt.

De tekst toont ook de ambivalente kant van AI-zorg: AI-therapeuten motiveren mensen constant tot verbetering, assistenten grijpen in bij eenzaamheid en dieetalgoritmes beperken genotsmiddelen. Dat levert ongemakkelijke, soms komische momenten op — maar ook een gevoel van verminderd autonomie. Tegelijkertijd schetst Macarol het luxueuze gemak van 2035: gepersonaliseerde AR-films waarin hij de held is, een brandschoon appartement en het bijna totale ontbreken van dagelijkse crises of deadlines.

De kernboodschap is dubbel: technologische vooruitgang heeft tijd en comfort opgeleverd, maar ook een nieuw existentiëel vraagstuk. Macarol mist af en toe de druk van nuttig moeten zijn; hij ervaart dat mensen, nu machines “werken”, opnieuw moeten bepalen wat betekenisvol is. Hij eindigt optimistisch: in plaats van zwoegen zijn mensen nu begeleiders, dromers en spelers — vrij om creatief en lui te zijn en hun eigen invulling aan het leven te geven. De situatie is ironisch en bevrijdend tegelijk: de robot neemt het werk over, en de mens krijgt eindelijk tijd om mens te zijn.