Als u deze huishoudelijke apparaten tegelijkertijd gebruikt, loopt u brandgevaar - controleer welke!
In dit artikel:
In huis ontstaan veel branden sluipend: niet door één duidelijke fout maar door normale, dagelijkse gewoonten die de elektrische installatie zwaarder belasten dan gedacht. Wanneer meerdere krachtige apparaten tegelijk draaien – wasmachine, oven, waterkoker, koffiezetter, verwarming of airco – kan de gezamenlijke stroomvraag de grens van kabels, stopcontacten en verlengsnoeren overschrijden. Die overbelasting veroorzaakt warmte in draden en aansluitingen, vaak zonder zichtbare waarschuwingssignalen, waardoor branden zich lange tijd kunnen ontwikkelen voordat ze merkbaar worden.
Zekeringen en stoppen bieden weliswaar bescherming, maar niet altijd tijdig of volledig. In oudere woningen of bij versleten bedrading ontstaat lokaal oververhitten in contactpunten of verlengsnoeren voordat een zekering doorslaat. Verlengsnoeren en stekkerdozen wekken bovendien een vals gevoel van veiligheid: ze zijn bedoeld voor tijdelijk en licht gebruik, niet voor permanente voeding van zware apparaten en zeker niet voor weggeborgen of onder meubelen gelegen snoeren waar opwarming onopgemerkt blijft.
Sommige apparaten verdienen extra aandacht. Koelkasten en vriezers hebben baat bij een stabiele, eigen aansluiting vanwege compressoren; magnetrons, broodroosters en koffiezetapparaten trekken in korte tijd veel vermogen. Verwarmers en airconditioners behoren tot de topverbruikers en kunnen snel problemen veroorzaken als meerdere systemen tegelijk lopen.
Het meest gevaarlijk zijn smeulbranden in of achter muren: beschadigde isolatie of oververhitte draden kunnen lang nasmeulen en pas ontdekt worden als de schade groot is of er rook ontstaat. Daarom zijn eenvoudige voorzorgsmaatregelen effectief en belangrijk: beperk het aantal gelijktijdig gebruikte zware apparaten, schakel apparatuur volledig uit als het niet nodig is, gebruik verlengsnoeren spaarzaam en zichtbaar, en voorkom kettingstekkers.
Aanvullende maatregelen die de veiligheid verhogen zijn periodieke controle door een erkend elektricien (vooral in oudere huizen), installatie van aardlekschakelaars/automatische stroomonderbrekers en rookmelders, en eventueel thermische inspectie bij vermoeden van oververhitting. Met kleine gedragsveranderingen en technisch onderhoud blijft elektriciteit een betrouwbare hulpbron in plaats van een sluipend risico.